 |
|
|
Nederlandse volksgezondheid stagneert De ontwikkeling van de volksgezondheid in Nederland stagneert. Stonden we in 1960 qua levensverwachting tussen de meest welvarende landen nog op de tweede plaats, inmiddels zijn we afgezakt uit de kopgroep naar een gedeelde veertiende plaats. We gaan minder snel vooruit dan de landen om ons heen. Zwitserland, Spanje, Frankrijk en Italië waren ons al eerder gepasseerd, het verenigde Duitsland en Oostenrijk passeerden onlangs, en België, Finland en het Verenigd Koninkrijk liggen op de loer. Alleen Denemarken doet het nog slechter.In landen met overheidsgezondheidszorg is effectieve publieke gezondheidszorg gemakkelijker te organiseren en succesvoller in het behalen van resultaten dan in landen met een sociaal zorgverzekerings-stelsel. Dat komt omdat in de landen met een sociaal verzekeringsstelsel beslissingen over toewijzing van geld voor preventie enerzijds en anderzijds zorg niet tegen elkaar worden afgewogen. De verzekeraars en ook de gezondheidszorg in deze landen achten zich niet spontaan verantwoordelijk voor de publieke gezondheid en het verzekeringsstelsel bevat niet van nature incentives voor gezondheidsbevordering. Dat blijkt uit een internationale vergelijking die de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg heeft uitgevoerd naar de organisatie van systemen van publieke gezondheidszorg in Europese landen.
Eerste viool
Uitgaven voor gezondheidszorg worden in het beleid in Nederland nog uitsluitend als verliespost gezien. De economische waarde van publieke gezondheid is de laatste tijd in andere landen weer erg in discussie, met name in voormalige Oostbloklanden zoals Hongarije. Met de stagnerende groei van de volksgezondheid wordt zo’n discussie ook voor Nederland relevant. Op veel terreinen van publieke gezondheid heeft Nederland in het recente verleden de eerste viool gespeeld: intersectoraal, internationaal, in het verzamelen van gezondheidsdata. Behalve op het laatste terrein lijkt echter de wet van de remmende voorsprong gewerkt te hebben. Andere landen hebben van de Nederlandse ervaring en kennis gebruikgemaakt om zelf een stap verder te zetten. Eind 2005 komt de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg met een advies aan minister Hoogervorst over de verdere verbetering van de volksgezondheid.
|
|
|
|
|