 |
|
|
Visolie enige bron voor de 'goede' vetten De vetzuren die essentieel zijn bij de preventie van hart- en vaatziekten, zijn alleen te verkrijgen via het eten van visolie, bijvoorbeeld in vette vis of levertraancapsules, stelt Rebecca Fokkema. Plantaardige oliën zorgen niet voor voldoende effect. Verder blijken veel mensen een tekort aan de vitamine foliumzuur te hebben. Het lukt slechts weinigen om via groente en fruit hiervan voldoende binnen te krijgen. Vanwege de lage kosten en het sterke effect op een tamelijk recent ontdekte risicofactor voor hart- en vaatziekten, het homocysteïnegehalte, pleit Fokkema voor verrijking van voedsel, bijvoorbeeld graanproducten, met foliumzuur. Tekorten aan vitaminen en bouwstoffen merk je in een vroeg stadium niet, maar ze verhogen wel de kans op sommige (chronische) ziekten. Fokkema onderzocht hoe deze niet-merkbare tekorten zijn aan te tonen en vervolgens op te heffen. Ze keek met name naar foliumzuur en visvetzuren. Voor deze voedingsstoffen is veel bewijs dat een lage inname gepaard gaat met het krijgen van bepaalde ziekten. Via een bloedtest op de stof homocysteïne is iets te zeggen over de 'vitaminestatus'. Het is bekend dat een laag gehalte samengaat met een laag risico op hart- en vaatziekten. Bovendien is bij patiënten met hart- en vaatziekten die gedotterd zijn, aangetoond dat de noodzaak voor een volgende dotterbehandeling afneemt bij een verlaging van het homocysteïnegehalte.
Groente en fruit
Fokkema ontdekte dat het merendeel van de bevolking -65 procent- een hoog homocysteïnegehalte heeft en daarmee mogelijk een verhoogde kans op hart- en vaatziekten. Ook blijkt dat het toedienen van met name foliumzuur bij maar liefst 88 procent van de mensen voor een gunstige daling van het homocysteïnegehalte kan zorgen. Foliumzuur komt voor in groente -onder andere broccoli, asperges en bloemkool- en in citrusfruit. Volgens de richtlijnen van de overheid is het van belang om dagelijks twee ons groente en twee stuks fruit te consumeren om aan voldoende foliumzuur en andere vitamines te komen. Het is echter de vraag of daarmee ook voldoende foliumzuur wordt ingenomen om de laagst mogelijke homocysteïne spiegels te behalen.
Voedselvoorlichting
Idealiter wordt via voedselvoorlichting de foliumzuurinname bevorderd; maar uit Fokkema's onderzoek onder de bevolking van Oost-Groningen blijkt dat zelfs intensieve voorlichting niet genoeg effect heeft op verlaging van het homocysteïnegehalte. Uit de laatste nationale voedselconsumptie peiling uit 1998 blijkt bovendien dat ongeveer twee derde van de Nederlandse bevolking de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid foliumzuur (300 m g) niet haalt. Wanneer wij de in Amerika aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van 400 m g zouden hanteren, zou zelfs niemand voldoende binnenkrijgen.
Voedselverrijking met foliumzuur
De promovenda is geen voorstander van voedselverrijking, maar er is volgens haar voor wat betreft foliumzuurinname geen andere keus. Foliumzuur uit de dagelijkse voeding verlaagt het homocysteïnegehalte namelijk niet of slechts weinig. Bijna iedereen (bijvoorbeeld ook het ongeboren kind) heeft baat bij meer foliumzuur en heeft voedselverrijking van de juiste producten het voordeel dat een groot deel van de bevolking wordt bereikt. Het is een goedkope en veilige methode die de gezondheidszorg een besparing kan opleveren. Foliumzuur is bijvoorbeeld eenvoudig toe te voegen aan graanproducten, wat in de VS en Groot-Brittannië al langer gebeurt.
Eet meer vis
De relatie tussen het eten van vette vis en het voorkómen van hart- en vaatziekten is al in veel onderzoek aangetoond. In visolie zitten bepaalde vetzuren -EPA en DHA- die verantwoordelijk worden gehouden voor deze positieve effecten. In theorie zou het lichaam deze vetzuren zelf kunnen maken uit alfa-linoleenzuur, dat voorkomt in lijnzaad- en sojaolie. Maar uit meerdere onderzoeken van Fokkema blijkt dat in de praktijk alfa-linoleenzuur in het lichaam niet voldoende omgezet kan worden in de genoemde gezonde vetzuren. Het eten van vette vis, gemiddeld twee keer per week (70-280 gram per week, afhankelijk van het vetgehalte van de vis), of het slikken van levertraanpreparaten, is daarom nog steeds de beste aanbeveling. Vegetariërs en veganisten zouden bijvoorbeeld EPA en DHA kunnen gebruiken, dat gemaakt is door algen of schimmels.
|
|
|
|
|