Gezondheid.webBlad.info
Onmisbare informatie over uw gezondheid

Meest bekeken
>Eén op de tien Nederlanders is probleemdrinker
>Drinken en roken even dodelijk
>Training stoppen met roken succesvol


Recente artikelen
>Hoe de darm de geest kan bevriezen
>Rood vlees verhoogt kans op darmkanker
>Allochtonen leven langer dan autochtone Nederlanders
>Voorlezen voorkomt later leesproblemen
>Kwaliteit kinderopvang in Nederland zorgwekkend
>'Vroege identificatie van potentiële dikkerds voorkomt Amerikaanse taferelen'
>Goed zicht is méér dan alleen scherp zien
Alle artikelen


De branche van gezondheidsproducten wordt volwassen

door René de Vos

De gerespecteerde positie die de Nederlandse branchevereniging voor gezondheidsproducten, voedingssupplementen en kruidenpreparaten heeft, is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Twintig jaar lang is er hard gewerkt aan kwaliteit, veiligheid en betrouwbaarheid. Het overgrote deel van die tijd is Theo van Rooij voorzitter en directeur geweest. Nu wil hij een stap terug doen. Zijn ‘kindje’ wordt volwassen.

‘Een gewone boerenjongen’ noemt hij zichzelf. Maar wel een die iets meer wilde weten over de dingen die mensen zoals zijn ouders produceerden: groenten en graan, zuivel en vlees. Dus ging Theo van Rooij studeren aan de Landbouw Hogeschool van Wageningen, tegenwoordig Wageningen Universiteit. “En daar leerde ik dat wittebrood beter was dan bruinbrood. Want in witbrood was melk verwerkt en die combinatie – dat stond buiten kijf – was zo ongeveer het beste dat een mens zich voedingskundig wensen kon.”
De jonge Van Rooij vond die wijsheid maar moeilijk te verkroppen. Aan de alternatieve studententafel had hij proefondervindelijk vastgesteld dat volkorenbrood de menselijke spijsverteringsmachine toch echt beter deed draaien dan witbrood. “De wetenschap werkt traag,” zegt hij nu. “En ze werkt ook nog eens met alleen het eigen gelijk. Vernieuwende ideeën en inzichten krijgen maar heel moeilijk voet aan de grond. Pas als het wetenschappelijk bewezen is het waar! Da’s zo jammer. Want we weten in feite nog vreselijk weinig over dat heel ingewikkelde systeem dat met leven gepaard gaat.”

Een vitaminestoot voor de NPN

Die fascinatie voor ‘de menselijke machine’ – in het gelijktijdig besef dat het om iets geheimzinnigers gaat dan een machine – en voor de betekenis die voedsel, kruiden en andere gezondheidsbevorderende stoffen voor dat systeem hebben: die fascinatie heeft hem nooit meer verlaten. Theo van Rooij werd productontwikkelaar en later onafhankelijk adviseur voor de gezondheidsproductenindustrie. Wat moet je je daarbij voorstellen? “Een fabrikant heeft een idee voor een nieuw product. Ik kan hem vertellen wat de gunstige en ongunstige gezondheidskanten van het product zijn, voorstellen doen voor een recept, duidelijk maken hoe het product in de pas blijft met de wet, welk deel van de markt blij zou zijn met zo’n product.”
Theo van Rooij is dus ondernemer. Maar verreweg de meeste van zijn relaties kennen hem als de beminnelijke voorzitter en directeur van NPN: de branche-organisatie voor voedingsmiddelen en aanverwante producten die gezonder-dan-doorsnee claimen te zijn. “In het begin stond NPN voor NatuurProducten Nederland. In de eerste jaren van ons bestaan was het begrip ‘natuurlijk’ nog niet zo misbruikt en versleten als nu.”
Dat prille begin lag twintig jaar geleden. Zonnatura had het initiatief genomen tot een belangenorganisatie. Het waren dan vooral ook reformbedrijven die instapten. Hun gemeenschappelijk belang was simpel en zakelijk: op veel gezonde voeding lag het BTW-tarief voor luxe artikelen, terwijl de gewone voeding het lage tarief van 6% genoot. De samenwerking wierp zijn vruchten af; reformvoeding werd – in elk geval wat de BTW betreft – niet langer gediscrimineerd.

Succes trekt nieuwe klanten aan. Van Rooij: “Al heel snel meldden zich de ‘vitamineboeren’, een wat plomp klinkende term die niet zo onheus bedoeld is. De belangstelling voor vitaminesupplementen groeide hier – in navolging van wat in Amerika allemaal gebeurde – razendsnel. Een paar jonge ondernemende Nederlanders waren bezig een goed onderbouwd concept voor een vitaminelijn te ontwikkelen. Maar ze stuitten op wettelijke beperkingen waar het ging om de doseringen, ingrediënten en de claims.”
Een van die jonge ondernemers was Peter van Doorn. Met andere pioniers die later naam zouden maken, zoals Bert Schwitters en Gert Schuitemaker, stortten ze zich met geïmporteerde vitamines in een heel onzekere markt. Ze hebben gelijk gekregen met hun overtuiging. Schuitemaker heeft zijn eigen orthomoleculair instituut, Schwitters is adviseur van en heeft belangen in een Franse supplementenindustrie, Peter van Doorn is al meer dan tien jaar directeur van Orthica bv dat kortgeleden samenging met het bedrijf Multicare onder de naam MCO Health. Van Doorn is bovendien bijna net zo lang bestuurslid van de NPN, en daarin de evenknie van Theo van Rooij.

Booming business

“Tegenwoordig houden we ons vooral bezig met Europese regelgeving,” zegt Van Rooij. “Maar in die begintijd knokten we om een vitamine C van een steviger gehalte dan een Davitamonnetje. Vitamines en mineralen werden door het ministerie beschouwd als geneesmiddelen, met alle strenge restricties van dien. Wij hebben er steeds op gehamerd dat het ‘voedingsmiddelen’ zijn en dat ze – zolang ze veilig zijn – vrij verkrijgbaar horen te zijn.”
In 1993 ging het ministerie – vooral op persoonlijke inzet van topambtenaar Van Hoogstraaten – in deze visie mee. Vitaminepreparaten werden ‘vrijgesteld’. Theo van Rooij: “Toen dook ook de farma-industrie op deze booming market.” Tot dan had die zich heel behoudend en naar de nieuwkomers toe zelfs agressief opgesteld. Maar nu zette ze, binnen het veilige kader van de Warenwet, ook haar eigen vitaminepotjes op het vuur. “Supplementen zijn voor de farma-industrie zó belangrijk geworden,” zegt Van Rooij, “dat de branchevereniging voor OTC-producten, Neprofarm, het begrip ‘gezondheidsproducten’ aan haar credo heeft toegevoegd. Het gaat inmiddels om zo’n veertig procent van hun omzet.”

Maar nu zijn er tekenen dat de rem wordt aangetrokken. Niet alleen op Europees, maar ook op landelijk niveau. Van Rooij: “Nederland is altijd liberaler geweest dan de meeste andere Europese landen als het om ‘alternatieve’ gezondheidsproducten ging. Er zijn inmiddels Europese regels voor homeopathie. Uitgerekend in Nederland werden die heel snel en streng ingevoerd en daar hebben we flink voor moeten inleveren. Veel homeopathische producten die in Duitsland nog steeds legaal op het schap staan zijn hier nu verboden. Het lijkt wel de omgekeerde wereld. Het risico dat ook in de fytotherapie en voedingssuppletie producten gaan verdwijnen, is niet ondenkbaar.”
Het is zuur, maar misschien niet geheel onredelijk dat Nederland, als land dat vaak voor de muziek uitloopt, in Europees verband wat moet inbinden. Maar moeilijker te verkroppen is de opbloeiende repressieve houding van ons eigen ministerie, onze eigen inspectie. De ‘zaak-Millecam’ ligt Van Rooij nog heel vers in het geheugen. “Het heeft er alle schijn van dat traditioneel-wetenschappelijke overtuigingen weer de maat moeten worden. In het verhaal van Millecam lijkt de inspectie geen oog en oor te hebben voor de trieste ervaring die zij heeft gehad met het ‘gelijk’ van de wetenschap; in haar naaste familie werd door de reguliere wetenschap in het verleden een verkeerde diagnose gesteld. Wat de inspectie wél ziet is de wetenschappelijke onbekwaamheid van mensen op wie Sylvia Millecam zich verliet. Ook in en door de reguliere medische wereld worden fouten gemaakt. Helaas werkt deze zeer emotionele discussie onnodig polariserend en dat doet geen recht aan de vele goede facetten van alternatieve en complementaire geneeskunde.”

De rem die wetenschap heet

Als voorzitter van de NPN heeft Van Rooij de laatste jaren zelf ook stevig moeten boksen in de discussies met het Voedingscentrum, de Gezondheidsraad en de Consumentenbond. “Ze accepteren alleen wat in hun ogen honderd procent bewezen en nergens omstreden is. Dat is een stuitend remmende opstelling. Zo kon het immers gebeuren dat we zeker tien jaar hebben moeten wachten voor het belang van foliumzuur bij zwangerschap eindelijk ook door de officiële instanties werd erkend. Tot voor een paar jaar werd het nog als overdreven en onnodig  afgedaan. De wetenschap is soms erg traag.”
Theo van Rooij heeft een heel persoonlijke reden om kritisch te staan tegenover die veel gebruikte afwijzing dat een bepaalde aanpak ondeugdelijk is ‘want nog niet wetenschappelijk bewezen’. Hij wijst naar een design-vormgegeven apparaat naast de haard. Het is een ionisator en luchtreiniger. “Die maakt de lucht voor mij aangenamer. Ik heb een aangeboren luchtwegaandoening waar ik behoorlijk ziek van kan worden. Maar als ik dit apparaat aanzet voel ik me binnen een kwartier een heel stuk beter. Volgens het astmafonds werkt het niet, want het is niet wetenschappelijk bewezen. Ik weet wel beter en dan vraag ik me ook nog af waarom gerenommeerde merken als Sharp en Philips zich op deze markt zouden begeven als het allemaal nep was?”
Misschien is de repressieve houding van de overheden iets tijdelijks; een reactie op affaires als de BSE en dioxinekippen. “Ik heb geen idee waar het heengaat,” bekent Van Rooij. “Aan de ene kant zijn we in deze samenleving individueler gericht: we willen geen ‘massa’, maar recht op persoonlijk toegesneden zorg. De meeste mensen die ziek zijn – en dan bedoel ik wat anders dan een verkoudheidje – zoeken toch hun eigen koers, willen een second opinion en ook een alternatief. Dan moet ze wel de ruimte gegund worden om hun persoonlijke ideeën te volgen, zeker zo lang het veilige producten betreft. Er moet bovendien ruimte zijn voor innovaties.
Aan de andere kant zie ik ons juist steeds verder ingesnoerd in voorschriften en opgeschroefde normen. Op het eerste gezicht vanuit wetenschappelijk standpunt redelijk. Het risico bestaat echter dat aan onze branche, en ook aan alle levensmiddelen, dermate strikte en hoge eisen worden gesteld dat we feitelijk een farma-industrie worden. Dan bepalen de economische grootmachten welke planten en stoffen goed voor ons zijn. Immers zij alleen hebben het geld om de vereiste wetenschappelijke dossiers te maken. Dan bepaalt geld de innovatie op gezondheidsgebied en dat zou onwenselijk zijn. Onderzoek naar niet-patenteerbare stoffen, zoals kruiden en bijzondere stoffen uit de voeding, kunnen we in dat scenario wel vergeten.
Strikt genomen wordt zelfs onder het nieuwe Europese regime elke nieuwe stof verboden. Stel dat je in het tropisch oerwoud of in India een schitterende plant vindt die allerlei vormen van eczeem geneest en in die gebieden door de bevolking al lang en breed wordt gebruikt. Je kunt er in de fyto- of supplementenindustrie niets mee doen omdat die plant en zijn inhoudsstoffen geen oude bekenden in Europa zijn. Of dat een vooruitgang is?”

Tijd voor een nieuwe motor

Klinkt Theo van Rooij wat vermoeid? “Dat zou niet mogen,” vindt hij zelf. Hij heeft er net een korte vakantie in Egypte opzitten. Een warme, droge omgeving; daar knapt hij juist altijd van op. En het is waar: lichtgebruind, goed gekleed, vlotsprekend wekt hij allesbehalve de indruk van een vermoeide man. Hij is een vijftiger, maar hij kan met gemak voor tien jaar jonger doorgaan. Wat klinkt er dan door?
“Misschien mijn besluit om niet langer de motor van deze club te zijn,” zegt hij met een grijns. Hij is niettemin serieus. “Ik ben directeur, adviseur en loopjongen tegelijk geweest gedurende vier belangrijke episodes; de BTW-kwestie, de Nederlandse vrijstelllingsregeling voor vitamines, de oprichting van de KAG – waarmee rust kwam in het woelige wereldje van de claims – en vervolgens de Europese wetgeving voor vitamines en kruiden. Ik heb dat werk gedaan zoals ik dat van huis uit geleerd heb: de lasten én de verantwoordelijkheid delen met je partners. Dat is uitstekend gelukt, mede dankzij de kwaliteiten van het bestuur en met name van Peter van Doorn. Nu ik de vijftig voorbij ben vind ik dat het tijd wordt voor een andere dagelijkse leiding. Da’s beter voor mijzelf en beter voor de NPN. Strategisch meedenken als voorzitter vind ik nog steeds heel leuk, dat wil ik nog wel een tijd doen, maar de dagelijkse uitvoering mag binnenkort wel bij een ander komen te liggen.”

Als hij zijn gast uitlaat reikt hij een plastic zak aan waaruit twee slungelige plantenstengels steken. “Je Japanse wijnbes,” verklaart hij. Een scherp geheugen heeft hij, die Theo van Rooij. Bij het vorige gesprek, twee jaar eerder nota bene, had hij ze aangewezen in zijn weelderige tuin, op weg naar de kasten met bijen die hij toen hield. “Een volgende keer zal ik je er wat van meegeven,” had hij bij die gelegenheid beloofd.


zoek
info
contact
rss


Overige webBladen
Nieuw: webBlad over Zwangerschap, met..
>Sterfte baby's rond geboorte
>Zwangere ondernemer moet uitkering krijgen
>Helft pilgebruikers opgelucht bij menstruatie

© 2017 webBlad.info   Free counter and web stats